Weblog: Nieuwtjes

Een etmaal op het Wad

We hadden koelingsproblemen. Bij onszelf omdat de temperaturen voor juni extreem hoog waren. Maar dat was niet zo erg.

De hoofdmotor kreeg het de laatste weken zo nu en dan wat warm en dat was minder. Maar, wijs geworden door de jaren, wisten we ook al wat de oorzaak hiervan zou kunnen zijn, met een 99,9% zekerheid: het rooster voor de buitenkoeling, onder de waterlijn, was waarschijnlijk een permanente verblijfplaats geworden van een enorme familie zeepokken. En waarschijnlijk had de familie ook nog heel veel vrienden en kennissen uitgenodigd in hun riante woning.

Hier moest wat gebeuren. Of het schip op de helling, wat midden in het seizoen dus niet gaat lukken, of de haven uit en 24 uur op het Wad gaan liggen.

Met prachtige weersomstandigheden was dit natuurlijk geen straf. En daarbij lag het schip toevallig een weekendje stil.

We nodigden wat vrienden uit, deden wat inkopen, vroegen onze matroos mee en lieten op een prachtige vrijdagavond de haven van Harlingen achter ons en gingen bakboord uit naar het Lange Zand een enorme plaat langs de vaarroute Harlingen – Terschelling.

Na een uurtje ging het anker er voor en gingen wij ons tegoed doen aan lekker eten, een drankje, kopje koffie, bonbonnetje, ondertussen genietend over het Wad starend naar het terugtrekkende water en een adembenemende zonsondergang en met onvermijdelijke rood gekleurde luchten. Wat was dit toch een wonderbaarlijke wereld!!

Om 0.30 uur zou het laagwater zijn dus rond 23.00 uur, in het laatste licht van een mooie dag, daalden wij blootsvoets af naar de bodem van de zee. Nog een klein laagje water, opgewarmd door de dag, streelde onze voeten en vertrok met de laatste ebstroom.

We maakten en korte wandeling, raden de pokkenfamilie op de bun aan nog even voor morgen te verhuizen en heel langzaam werd het donker. Het schip tekende zich af tegen een nachtelijke juni-lucht en de reeds aangestoken lichtjes aan boord gaven ons een veilig en gezellig gevoel; daar moeten we zo weer heen.

Terug aan boord sloten we de dag af met een mooi glas wijn en vielen daarna in slaap met het kabbelende geluid van de opkomende vloed.

Een schipper zal er altijd uit moeten midden in de nacht, niet alleen voor een plasje maar ook vanwege zijn of haar verantwoordelijkheidsgevoel. “ Zijn we met de kentering goed gedraaid en liggen we nog steeds op dezelfde plek’ . Het was heel rustig weer en alles verliep zoals het moest verlopen.

We sliepen uit, begonnen de dag met een uitgebreid ontbijt, en rond 11.30 uur konden we weer van het schip af. Een enorme ruimte strekte zich voor ons uit en we versnipperden op het wad. De één liep richting oost, de ander west en we slenterden al mijmerend over de Waddenzeebodem.

De zon scheen en er stond een licht briesje. In de verte zeilde de vloot van Harlingen  op weg naar de eilanden. Het leven was goed!!

Maar er was ook werk te doen en de op handen zijnde vloed was onverbiddelijk. We schraapten de pokken van de bun en gaven de romp met een borstel nog een kleine schoonheidsbehandeling.

Het water kwam terug, we gingen weer drijven en met een stabiele gekoelde motor tuften we weer terug naar Harlingen.

Al zoveel jaren is dit ons werkterrein; al zoveel jaren scharrelen we seizoenen lang over het Wad.

Wat is het toch bijzonder dat we nog steeds onder de indruk zijn van dit prachtige stukje wereld.

Ook al waren we er maar 24 uur, het leek alsof we een lange vakantie achter de rug hadden.